Techniek
Het Wingssprayer spuitsysteem is een additionele hulptechniek op reeds bestaande oude en/of nieuwe spuitmachines. Met behulp van deze techniek kunnen alle volvelds geteelde gewassen zeer doeltreffend en milieuvriendelijk gespoten worden. Dat resulteert in effectievere bescherming, gezondere gewassen, betere oogsten en vriendelijker voor het milieu.
Wingssprayer spuittechniek met de Single Wing voor snelheden tot max. 12 Km/uur
Door de traditionele spuittechniek op cruciale gepatenteerde punten te verbeteren ontstond de bekende sleepdoek techniek. Met deze vernieuwde manier van spuiten wordt door een vleugel de wind tegen gehouden, het gewas zeer licht geopend en spuit men in het geopende gewas met fijnere druppels. Door de wind die over de vleugel stroomt worden de kleine druppels toch in het gewas gedrukt. Met deze fijne druppels wordt de bedekkingsgraad wel de factor 10 hoger dan met grote druppels en wordt de effectiviteit en werking van de middelen veel beter. Door dit effect kun je met veel minder middel spuiten en veel geld besparen op de middelen kosten. De behaalde resultaten waren aanzienlijk beter en de belasting van het milieu wordt beperkt.
Traditionele spuittechniek voor verantwoord spuiten tot max. 7 Km/uur
De traditionele manier van spuiten had en heeft veel nadelen Vooral de beperkte rijsnelheid van 4 tot 7 km /uur. De gewassen worden vaak van relatief grote hoogte bespoten, waardoor gewas beschermingsmiddel kan wegwaaien en de druppels hebben dan ook geen kracht meer om dieper onderin in het gewas te dringen. Om te voorkomen dat het middel weg zou waaien, werd later om deze drift emissie te voorkomen, met een grote druppel gespoten. Echter, het nadeel hiervan was dat de grote druppels op de bovenste bladeren terecht komen en er een overdosering op de bovenste bladeren ontstaat met druppelvorming aan de bladpunten en er van af rollen naar de grond.
Wingssprayer spuittechniek met de Double Wing voor snelheden tot max. 18 Km/uur
De sleepdoek techniek is jarenlang in Nederland steeds verder ontwikkeld en verbeterd tot een geheel nieuw concept. De wens en noodzaak om snel te kunnen werken bij het spuiten van de landbouwgewassen stelt veel hogere eisen aan de spuit techniek bij het spuiten. Bij de nieuwe Wingssprayer Double Wing is een dubbele vleugelconstructie geconstrueerd die gebruik maakt van de gratis en kosteloze aerodynamica, de luchtstromen die ontstaan door de rijwind tijdens het spuiten door de hogere snelheid van de spuitmachine. Het nieuwe spuitsysteem werkt als een omgekeerde vliegtuigvleugel, die gebruik maakt van de neerwaartse kracht van de naar beneden gerichte luchtstromen, de downforce. De vleugel zorgt ervoor dat de zeer fijne druppels met beschermingsmiddel onmiddellijk naar het gewas geleid worden en rechtstreeks op en in het gewas terecht komen en diep in het gewas doordringen. Met de Wingssprayer Double Wing is het mogelijk om met veel hogere rijsnelheden de gewassen te spuiten. Tevens is de spuitboom stabieler door het contact van de vleugel met het gewas, dit verkleint de doseringsverschillen.
De Wingssprayer met de Double Wing
Kleine druppels effectiever
Spuiten met grotere druppels zou voldoende effect hebben, doordat er een herverdeling op het blad zou plaatsvinden. Deze herverdeling op bladeren is echter vastgesteld in een couveuse onder bepaalde geconditioneerde omstandigheden. Deze specifieke omstandigheden heb je in het veld nagenoeg nooit. Indien die juiste klimaatomstandigheden in het veld er wel zijn, heb je ook met kleine druppels diezelfde herverdeling van het beschermingsmiddel op de bladeren. Het is dus effectiever om altijd met kleine druppels te spuiten, en daarbij te voorkomen dat deze wegdriften naar het milieu.
Middel hecht aan de bladeren
Druppels met een druppelgrote groter dan 350 Mu lopen bijna per definitie van het gewas, ook al spuit men maar 100 liter per Ha, die druppels zijn te zwaar. Uit testen met fluorescerende spuitvloeistof (250 liter water) en gespoten met fijne druppels blijkt dat op droge gewassen zelfs al de eerste kanaaltjes naar het laagste punt ontstaan. Bij 300 liter hangen er zelfs al druppels onderaan de bladeren, met als gevolg een slechte verdeling van middel op het blad. Meer dan 300 liter vloeistof verspuiten werkt averechts door verlies van het middel. Wanneer de grotere druppels opgedroogd zijn ziet men witte vlekken op de bladeren. Deze vlekken tonen aan dat het gewasbeschermingsmiddel slecht verdeeld is over het gewas.
Kleine druppels blijven hangen
Het is af te raden om te spuiten wanneer ‘s ochtendvroeg of ‘s avonds de dauw opgekomen is. De dauw zorgt er namelijk voor dat de spuitvloeistof er eenvoudig af kan rollen. Het middel komt op de vochtige bladeren en kan zich niet of slechter hechten. In deze situatie drijven gemakkelijk vloeiende middelen of middelen met uitvloeier bijna altijd van het gewas af. Wanneer een gewas dauwnat is, oftewel vol met water hangt, hoeft men maar vijf meter door zo'n gewas te lopen en de broekspijpen zijn kletsnat. Dit is het bewijs dat microscopisch kleine (dauw) druppels wel op een gewas blijven hangen. Dit effect ontstaat ook door met zeer kleine druppels te kunnen spuiten met de Zero Emission spuit techniek. De Wingssprayer techniek is het spuitsysteem dat het mogelijk maakt om met kleine druppels diep door te dringen in de gewassen, het is de enige techniek die ook ziekten en plagen onderin de gewassen kan bestrijden.
Schaalvergroting en gevolgen
Uitbreiding van een agrarisch bedrijf betekent schaalvergroting. Deze schaalvergroting leidt tot grotere grondoppervlaktes per teelt en gewas en vaak minder tijd om te spuiten, sneller rijden (tot wel 20 km p/u of meer) is een gangbare oplossing. Dit heeft echter altijd gevolgen voor de indringing in het te behandelen gewas en tevens op de drift (wegwaaien) van het beschermingsmiddel. Bij het verhogen van de rijsnelheid neemt de spuitdruk toe, mar het deel van het middel dat daarbij verdampt of wegwaait neemt in het kwadraat toe. Het middel kan dan ook niet in het gewas doordringen en werkt alleen oppervlakkig, aan de oppervlakte bovenin het gewas. Het gevaar is dat men later pas de ziektes ontdekt omdat die onderin de gewassen aanwezig blijven, vaak ook moet men dan snel een vervolg bespuiting uitvoeren om deze overgebleven ziekteverwekkers of plagen te bestrijden. Dit zorgt later vaak dan voor onaangename verrassingen bv bij opslag van producten of bij de oogst, omdat het gewas van bovenin optisch schoon en vrij van ziektes leek. Met de Wingssprayer gewasopenings-techniek raakt men ook onder een dicht bladerdek, alle ziekteverwekkers en kleine onkruidjes.
Lucht in spuitdruppels geven meer drift
Druppels vermengt met lucht zijn relatief licht van gewicht ten opzichte van druppels van dezelfde doorsnee zonder lucht daarin. Deze druppels met lucht hebben verhoudingsgewijs een grote oppervlakte en vangen meer wind (drift). Voor een goede verdeling dwars op de rijrichting moeten deze doppen 70 tot 80 cm boven het gewas of de grond worden gehouden waardoor ze veel meer drift veroorzaken dan eigenlijk toegestaan is. In besloten ruimtes zoals kassen spuit men met microscopisch kleine druppels voor een effectief resultaat, deze techniek met bijvoorbeeld 100 bar spuitdruk is buiten in het veld niet te gebruiken. De nog veel kleinere druppeltjes zouden dan al tijdens het spuitwerk verdampen of wegwaaien. Maar ook dit geeft aan dat in de gemiddeld zeer dure kas-teelten zoals bloemen of tomaten men ook betere ervaringen heeft met effectieve kleine druppels. Met een fijne druppelstroom die gericht naar en in het gewas geleid wordt realiseert men de hoogste effectiefste werking van de gewas beschermingsmiddelen en daardoor hoeft men minder middel te gebruiken.
Geblazen lucht
De Wingssprayer Zero Emission spuittechniek met de Single Wing en de Dubbele Wing maken gebruik van de luchtstromen die ontstaan bij het rijden door de gewassen met de spuitmachine. Deze kostenloze aerodynamische luchtstromen worden gebruikt om de fijne druppels naar het doel te begeleiden. Spuitmachines die werken met geblazen lucht hebben een zeer negatief drift effect bij alle situaties waar geen gewas staat of het gewas zeer klein is en de bodem van het veld niet volledig bedekt. Om met spuitmachines met geblazen lucht gewassen te openen en met minder drift te spuiten moet je een dicht gewas hebben en niet harder rijden dan 4 km per uur. Ook als de rijsnelheid hoger wordt dan 5 Km per uur kunnen spuitmachines met geblazen lucht dit gewas niet meer open krijgen en drukken ze juist de bovenste bladeren dichter op elkaar. Bij een spuit van 30 meter werkbreedte met geblazen lucht bij 20 Km per uur het gewas openblazen zou een ventilator met dieselmotor vragen met een vermogen van ongeveer 400 pk. Spuitmachines met geblazen lucht werken goed bij 30 % van de bespuitingen bij lage rijsnelheden, om voldoende emissie te beperken moet men dan al met grotere minder effectieve spuitdruppels spuiten.
Zonlicht
Nieuwe gewasbeschermingsmiddelen werken steeds meer op basis van fotosynthese (zonlicht). Voor de beste werking moet het middel dan ook altijd overdag gespoten worden. ‘s Avonds of ‘s nachts spuiten is dus geen optie en overdag kan het te hard waaien voor de traditionele spuittechniek. De Wingssprayer techniek maakt spuiten overdag wel mogelijk ook al waait het iets harder. Met de juiste dosering, zorgen de fijne druppels voor ontelbare contactpunten op de bladeren. De combinatie van dag- of zonlicht en de nieuwe Wingssprayer spuittechniek zorgt ervoor dat het middel perfect zijn werk doet. De Singel Wing vleugel kan men overdag en ‘s nachts tot 12 km/u verantwoord goed gebruiken en de Dubble Wing vleugel maak nog hogere rijsnelheden mogelijk voor zeer effectief spuitwerk zonder het milieu te belasten.
Systemische middelen
Gewasbeschermingsmiddelen die werken door opname via de groene plantdelen, de zogenaamde systemische middelen, werken sneller en vollediger wanneer ze goed verdeelt op het gewas terecht komen. Bij 30% bedekking van het bladoppervlak met grote druppels wordt er langzamer en minder middel effectief opgenomen dan bij 90% bedekking met kleine druppeltjes. Men moet rekening houden met het feit dat er evenveel gewasbeschermingsmiddel en water zit in één druppel van 800 Mu als in acht druppels van 400 Mu. Van één druppel van 800 Mu kan men 64 druppels maken van gemiddeld 200 Mu. Druppels van 800 Mu rollen voor 80% van bladeren, de druppels van 400 Mu rollen voor 40% van bladeren. Druppels van 200 Mu en kleiner blijven net als dauwdruppeltjes op het gewas hangen, zelfs aan de onderkant van de bladeren.



